(>) U bent hier : Home / Bestuur & diensten / Gemeentediensten / Burgerzaken / Pensioenen


Pensioenen

Rustpensioen

Mannen genieten van een rustpensioen vanaf 65 jaar, vrouwen vanaf 64. Vanaf 1 januari 2009 moeten vrouwen ook 65 zijn. Het recht op rustpensioen wordt automatisch geregeld. Je hoeft je niet bij het gemeentebestuur aan te bieden. De Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) of het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) brengt je hier ongeveer een jaar voor de ingangsdatum van het pensioen schriftelijk van op de hoogte.

Voor mijnwerkers, zeelieden, zeevissers en luchtvaartpersoneel gelden andere pensioenleeftijden. Bovendien kan het rustpensioen alleen worden toegekend als je in België verblijft, stopt met werken (met uitzondering van toegelaten beroepsactiviteit) en afziet van werkloosheids-, ziekte- en invaliditeitsvergoedingen.

De werknemers met een loopbaan van minimum 35 jaar kunnen al vanaf hun zestigste verjaardag genieten van een rustpensioen. Zij moeten dit wel aanvragen bij de dienst burgerzaken. Dit kan vanaf 59 jaar. Om jouw dossier zo correct mogelijk te kunnen invullen, vragen wij je de volgende documenten mee te brengen
  • identiteitskaart
  • eventueel het militair zakboekje
  • beknopt overzicht van je loopbaan (aantal jaren als zelfstandige, werknemer of in openbare dienst). Een attest van jouw werkgever of andere bewijzen zijn niet nodig.
  • gegevens van tewerkstelling in het buitenland en eventueel de pensioenkas en jouw aansluitingsnummer. Meld ook of je al dan niet militaire dienst hebt gedaan en of je een politiek mandaat hebt uitgeoefend en hiervoor een pensioen geniet. Verzamel ook deze gegevens voor je echtgenoot (ook ingeval van feitelijke scheiding of wanneer je wettelijk gescheiden bent). Weduwen of weduwnaars brengen de gegevens mee van hun overleden echtgeno(o)t(e).

Inkomensgarantie voor ouderen

Om de inkomensgarantie voor ouderen te krijgen, moet je 64 jaar zijn en je aanvraag indienen bij de dienst burgerzaken. Alleen zij die niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken, hebben recht op deze inkomensgarantie. In principe tellen alle bestaansmiddelen en pensioenen van de aanvrager en de personen met wie hij samenwoont mee. Er zijn echter enkele vrijstellingen.

Overlevingspensioen

Je maakt aanspraak op een overlevingspensioen als je minstens 45 jaar bent en op het ogenblijk van het overlijden minstens een jaar met de overledene getrouwd bent, behoudens uitzonderingen. De voorwaarde van leeftijd vervalt als je minstens een kind ten laste hebt, als de overlevende echtgenoot minstens 66% arbeidsongeschikt is of als de overledene minstens 20 jaar lang tewerkgesteld was als ondergronds mijnwerker.
Je hoeft geen overlevingspensioen aan te vragen als de overleden echtgeno(o)t(e) al een rustpensioen ontving of een pensioenaanvraag heeft ingediend. In dit geval stuur je best een uittreksel van de overlijdensakte naar de Rijksdienst voor Pensioenen.
Vastbenoemde ambtenaren moeten hun aanvragen van rust- en overlevingspensioenen nog altijd via hun werkgever rechtstreeks richten aan het ministerie van Financiën, administratie van de Pensioenen, Financiëntoren, Kruidtuinlaan 50 in 1000 Brussel

Formulieren

Gepensioneerden kunnen terecht bij de dienst pensioenen voor
  • formulieren betreffende de beroepsbezigheid van gepensioneerden die nog een beroepsactiviteit uitoefenen
  • aanvraag om uitbetaling van een niet-uitbetaald sociaal pensioen van de maanden voorafgaand aan de maand van het overlijden (als de gerechtigde inmiddels overleden is). Deze aanvraag moet binnen zes maanden na het overlijden van de gerechtigde ingediend worden.
  • volmachten voor aanvragen van het pensioen van werknemer, van zelfstandige of van het gewaarborgd inkomen
  • formulieren voor een voorlopige pensioenberekening vanaf 55 jaar

Naast je pensioen nog bijverdienen?

De gepensioneerde mag onder een bepaald maximumbedrag nog beroepsactiviteiten uitoefenen als deze vooraf worden aangegeven. De inkomensgrenzen verschillen van geval tot geval en van jaar tot jaar. Voor meer informatie kan je terecht bij: www.onprvp.fgov.be/Pages/Landingpage.aspx. Klik op 'werken en uw pensioen behouden'.

De gepensioneerde werknemer moet zowel de werkgever als de Rijksdienst voor Pensioenen per aangetekend schrijven verwittigen. De werkgever moet dan op zijn beurt binnen de dertig dagen bij de Rijksdienst voor Pensioenen aangifte doen van de tewerkstelling van de gepensioneerde. Als je als zelfstandige nog een bijkomende activiteit uitoefent, moet je de RSVZ verwittigen met het formulier model 74 (93).

We geven je alvast de nodige formulieren

Voorafgaande pensioenberekening

Je kan een raming van het rustpensioen aanvragen vanaf je 55ste. Als de raming van het overlevingspensioen echter van wezenlijk belang is voor de betrokkene en op voorwaarde dat de aanvraag uitsluitend door hem wordt ingediend, kan een voorlopige pensioenberekening aangevraagd worden ongeacht de leeftijd van de aanvrager. Bestel het formulier via e-mail.

Meer info en nuttige adressen

Meer info
Je krijgt meer informatie op het gratis tel. 0800 502 46 (van 8.30 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur) of info@onprvp.fgov.be van de Rijksdienst voor Pensioenen voor werknemers.

Zelfstandigen contacteren het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering van Zelfstandigen op tel. 016 31 47 11 of info@rsvz-inasti.fgov.be.

Adressen
  • De pensioendienst voor zelfstandigen: RSVZ, Vaartstraat 46, 3000 Leuven, tel. 016 31 47 11 (openingsuren: elke werkdag van 8.15 tot 16.30 uur), www.socialsecurity.fgov.be
  • De pensioendienst voor werknemers: Rijksdienst voor Pensioenen, Zuidertoren, 1060 Brussel, tel. 0800 502 46 (gratis) - van 8.30 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur
  • Voor de uitbetaling: tel. 02 529 30 02, www.onprvp.fgov.be/Pages/Landingpage.aspx